Ruim 1 op de 5 Nederlanders kiest voor nieuwe vormen van bestemming na overlijden
Ruim 1 op de 5 Nederlanders (21%) kiest voor veraarden of resomeren als deze vormen van bestemming beschikbaar komen. Dat blijkt uit representatief consumentenonderzoek in opdracht van het Verbond van Uitvaartzorg, de nieuwe fusievereniging van uitvaartbedrijven en -verenigingen. De uitkomsten verschijnen op een moment waarop het kabinet werkt aan nieuwe wetgeving.
Resomeren en veraarden zijn vormen van bestemming van het lichaam na overlijden die in Nederland nog niet wettelijk zijn toegestaan, maar in verschillende andere landen/regio’s al wel. Resomeren (alkalische hydrolyse) is een proces waarbij het lichaam in een basische vloeistof met behulp van druk en warmte wordt afgebroken. Veraarden (humaan composteren) is een proces waarbij het lichaam in een gecontroleerde omgeving met plantaardig materiaal en zuurstof in een aantal weken wordt omgezet in aarde.
Voorkeuren
Het consumentenonderzoek – uitgevoerd in juni door Q&A Retail in opdracht van het Verbond van Uitvaartzorg – is een representatieve steekproef onder Nederlandse volwassenen. Respondenten is gevraagd naar hun voorkeur voor de bestemming van hun lichaam na overlijden, zowel binnen de huidige wettelijke mogelijkheden als in een situatie waarin ook resomeren en veraarden beschikbaar zouden zijn.

De resultaten laten zien dat Nederlanders openstaan voor meer keuze bij de bestemming van het lichaam na overlijden. Vooral veraarden spreekt aan, blijkt uit het onderzoek. “Dat ruim één op de vijf Nederlanders nu al een voorkeur heeft voor een vorm die nog niet wettelijk mogelijk is, laat zien dat de maatschappelijke belangstelling voor nieuwe mogelijkheden groot is,” aldus Ingeborg Jansen, voorzitter van het nieuwe Verbond van Uitvaartzorg.
Jongere generaties lopen voorop
De grootste verschillen zijn zichtbaar tussen leeftijdsgroepen. Jongeren kiezen beduidend vaker voor veraarden dan ouderen. Zo geeft 20% van de Nederlanders tot 35 jaar aan hiervoor te kiezen, tegenover 9% van de 55-plussers.
Oudere Nederlanders geven daarentegen relatief vaker de voorkeur aan crematie. Daarmee lijkt vooral sprake van een generatieverschil in de voorkeuren voor de bestemming van het lichaam na overlijden. Dit wijst erop dat de voorkeuren voor de bestemming van het lichaam in de toekomst kunnen veranderen naarmate jongere generaties ouder worden.
Opvallend is ook waar géén significante verschillen zichtbaar zijn. Zo verschillen de voorkeuren van mannen en vrouwen nauwelijks. Ook het inkomen blijkt vrijwel geen invloed te hebben op de voorkeur voor nieuwe vormen van bestemming. De belangstelling lijkt daarmee breed in de samenleving aanwezig.
Meer keuze vraagt om goede informatie
Nieuwe mogelijkheden maken de keuze niet eenvoudiger, maar wel persoonlijker. 23% van de Nederlanders geeft aan nog geen keuze te kunnen maken wanneer alle mogelijkheden beschikbaar zouden zijn. Dit benadrukt het belang van goede en onafhankelijke voorlichting zodra nieuwe vormen wettelijk worden toegestaan.
Ontwikkelingen in wetgeving
De onderzoeksuitkomsten laten zien dat er maatschappelijke belangstelling bestaat voor nieuwe vormen van bestemming na overlijden. Momenteel werkt de overheid aan modernisering van de Wet op de lijkbezorging. De verwachting is dat het kabinet dit wetsvoorstel in de tweede helft van dit jaar voor advies aan de Raad van State zal aanbieden.
Het wetsvoorstel zal naar verwachting resomeren als nieuwe vorm van bestemming mogelijk maken. Waarschijnlijk wordt aan veraarden ruimte geboden voor nader wetenschappelijk onderzoek, waarna op een later moment kan worden besloten over een eventuele wettelijke toelating.

Over het Verbond van Uitvaartzorg
Het Verbond van Uitvaartzorg is op 1 juli 2026 ontstaan uit de fusie van brancheverenigingen BGNU en Nardus. Het Verbond vertegenwoordigt uitvaartondernemers, uitvaartverenigingen en uitvaartprofessionals die samen ruim 40% van alle uitvaarten in Nederland verzorgen. Door onderzoek, kennisdeling en belangenbehartiging draagt het Verbond bij aan een deskundige en toekomstbestendige uitvaartzorg in Nederland. Daarnaast levert het kennis en expertise aan overheid, politiek en maatschappelijke organisaties.


