Modernere Wet op de lijkbezorging laat (weer) langer op zich wachten
Het wetsvoorstel over de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wblo) gaat op z’n vroegst pas in het derde kwartaal van 2026 voor advies naar de Raad van State. Minister Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, CDA) heeft dit geantwoord op vragen van het D66-Kamerlid Renilde Huizenga. De indiening is volgens de bewindsman vertraagd omdat de financiële dekking van het wetsvoorstel nog niet rond is.
“Een ordentelijk dekking voor het wetsvoorstel is uiteraard een harde voorwaarde voordat het voorstel aan de Raad van State kan worden voorgelegd. Hierover ben ik in gesprek met mijn collega’s van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Justitie en Veiligheid. Ik streef ernaar om de dekking voor het wetsvoorstel uiterlijk bij de ontwerpbegroting in september te verwerken”, schrijft de minister.
Geen gedoogbeleid
Vooruitlopend op de afronding van de wetsbehandeling wil Heerma geen gedoogbeleid hanteren ten aanzien van de Wblo. “Ik begrijp dat er een maatschappelijke wens is om resomeren zo snel als mogelijk toe te staan. Ik zie echter geen ruimte voor een gedoogbeleid. Het wetgevingsproces en het primaat van de wetgever vormen een noodzakelijke waarborg voor een zorgvuldige en respectvolle omgang met de lichamen van overledenen waarop het wetsvoorstel betrekking heeft.”
“De beoordeling van de toelaatbaarheid van deze nieuwe techniek in het kader van het wetsvoorstel ter modernisering van de Wblo vereist een zorgvuldig democratisch proces, waarin uiteenlopende politieke, maatschappelijke en ethische belangen expliciet worden afgewogen. Het hanteren van een gedoogbeleid vooruitlopend op parlementaire besluitvorming zou afbreuk doen aan deze systematiek en aan het primaat van de wetgever. Juist waar het gaat om ingrijpende beslissingen rond lijkbezorging, een onderwerp dat raakt aan de menselijke waardigheid, de grafrust en de nagedachtenis van de overledene, is een duidelijke en expliciete wettelijke grondslag vereist.”
“Het is aan de regering én het parlement als formele wetgever om ter zake de noodzakelijke waarborgen, voorwaarden en grenzen vast te stellen. Het past niet om via bestuurlijk gedogen een materiële uitbreiding van bevoegdheden te realiseren waarvoor de wet thans geen toereikende basis biedt. Rechtszekerheid en democratische legitimatie vergen hier terughoudendheid van het bestuur.”
Zwaar teleurgesteld
Erik van Zoest is zwaar teleurgesteld in de reactie van het ministerie. De uitvaartondernemer is al sinds mei 2023 klaar om in zijn bedrijf in Ommeren (bij Tiel) te resomeren, maar moet sindsdien lijdzaam toezien dat de moderne techniek maar niet mag worden toegepast. “Dat de minister gedogen niet zag zitten, had ik eerlijk gezegd wel verwacht. Maar dat er nu weer uitstel is vanwege de financiën… Wat er in Den Haag allemaal wordt verzonnen, je wordt er eerlijk gezegd kotsmisselijk van. Want Heerma spreekt over september, dan heb je volgens mij over Prinsjesdag, dus de derde dinsdag van september. Welnu, dan zitten we alweer bijna in het vierde kwartaal van dit jaar, voordat de Raad van State zal worden benaderd. Het is vertraging op vertraging op vertraging, en dat allemaal onder het mom van zorgvuldigheid. In 2020 lag er bijvoorbeeld al een helder advies van de Gezondheidsraad, maar dat werd in 2025 nog maar eens netjes overgedaan. Zoiets kost je zomaar een jaar. In mijn ogen is de overheid hier de grootste boosdoener.”

