Fanfare op de begraafplaats (Ton van der Leun)
In reguliere bedrijfsvoeringen heeft de waan van de dag altijd de neiging het belangrijkst te zijn. Zo ook op een begraafplaats. En dan kun je, oneerbiedig gezegd, de ‘riedel’ van vroeger afdraaien: alles zwart, naar het graf met wel of niet zakken, het Onze Vader en snel en stil weer weg.
En toch houdt het runnen van een begraafplaats ook in dat je bíjblijft. Bijblijven in technieken (de kisten worden telkens iets groter), in het beheer van de begraafplaats (van groen naar eco), in op handen zijnde wetgeving (Wet bestemming lichamen van overledenen). Maar ook in de wijze van het faciliteren van begravingen.
Natuurlijk, als je jezelf als begraafplaats serieus neemt, neem je in je reglement op wat er allemaal niet kan. Enkele ‘nieten’ van ons: geen gedoe met levende dieren, geen ballonnen, geen keiharde muziek. Maar ook: geen verbod op foto’s maken. En wel een passend keuzemenu: waar wil je afscheid nemen, bij het graf of elders, wel of niet een schepje, wel of niet de kist laten zakken, wel of niet een geluidsinstallatie met muziekmogelijkheden. En mogelijk nog een afsluitende borrel op de begraafplaats. En daarnaast: je beheerder/voorloper instrueren dat niet veel dingen te gek zijn, al hoeft hij geen tambourmaître te worden. En die creativiteit is op de begraafplaats, zeker in de zomer, soms grenzeloos. Leuk!
Een paar jaar geleden hadden we een begraving van een man uit de horecawereld. Een flamboyante man, zo bleek. Het eerste contact met zijn vertegenwoordiger was al bijzonder: ‘binnenkort gaat een vriend overlijden, hij vindt jullie begraafplaats heel mooi, jullie hebben vast een mooi graf’ en ‘geld speelt geen rol’. Dat is een mooie binnenkomer. Natuurlijk uitte zich dat meteen bij de grafkeuze: prominent gelegen, direct zichtbaar voor vele bezoekers.
Maanden later was de begrafenis: ontvangst van de gasten in een duur restaurant, daar een zingende Nederlandse topartiest. Met zijn allen, met kist, lopend naar de begraafplaats. Schotse doedelzakspelers ter plekke. Bij het graf een trompettist met The last post en dat alles gefilmd door een drone. Dan pak je behoorlijk uit. Maanden later: het grafmonument. Met een grote (40×50 cm) foto van de persoon in kwestie met een sigaar en een glas wijn. Zoals gezegd: flamboyant. En toen nog de tekst: ‘ik deed veel dingen die meneer Pastoor had verboden’. En: ‘kom gerust nog eens langs, ik lig hier nog wel even’. Hoe extravert kun je zijn…
Aanstootgevend? In strijd met ‘de wet en goede zeden’? Vind ik niet. Of het ‘passend’ is? Dat laat ik graag aan de lezer over.
Ton van der Leun is voorzitter van de stichting Begraafplaats Vredehof.


