
Beeld iStock
De lijkschouw moet in Nederland niet langer een taak blijven voor uitsluitend artsen. Ook andere zorgprofessionals, zoals verpleegkundig specialisten (VS’en) en physician assistants (PA’s), moeten in dit proces een rol kunnen krijgen.
Milena Babović, directeur van de Nederlandse Associatie Physician Assistants (NAPA) en voorzitter van de vakbond voor zorgprofessionals FBZ, doet dit pleidooi in een persoonlijk blog op Zorgvisie.nl. De NAPA heeft inmiddels minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport schriftelijk benaderd met het verzoek om snel werk te maken om deze aanpassing alsnog op te nemen in de nieuwe Wet op de lijkbezorging (Wlb).
Kans
“De voorgenomen wetswijziging moet namelijk nog worden voorgelegd aan de Raad van State en vervolgens aan de Tweede en Eerste Kamer. Er is nog een kans om dit in de wet op te nemen. Hopelijk grijpt dit kabinet die kans en gaat hier daadwerkelijk mee aan de slag!”, schrijft Babović. Zij baseert zich onder meer op een recente studie van onderzoekers van de Erasmus School of Health Policy & Management. Die wijzen erop dat juist nu, bij de modernisering van de Wlb en de overgang naar de Wet bestemming van lichamen (Wlbo), een dergelijke aanpassing wettelijk had kunnen worden geregeld.
Gesteggel
Over de rol bij lijkschouw wordt in ons land al jaren gesteggeld. De Taskforce Lijkschouw en Gerechtelijke Sectie opperde al in 2018 in een rapport aan de Tweede Kamer de taakherschikking te overwegen, zodat ook andere gekwalificeerde zorgprofessionals een rol zouden kunnen krijgen bij het vaststellen van de natuurlijke dood. In 2023 deed bureau HHM, in opdracht van het ministerie van VWS, onderzoek naar de inzet van VS’en en PA’s bij de lijkschouw en adviseerde ruimte te creëren binnen de Wlb om met pilots te starten. Anno 2026 is daar nog steeds niets mee gedaan, concludeert Milena Babović.
Praktijk
De lijkschouw bij overlijden is cruciaal, schrijft de directeur in haar bijdrage. “Na elk overlijden wordt onderzocht of iemand op natuurlijke wijze is overleden of dat er mogelijk sprake is van een misdrijf of ongeval. Afhankelijk van de omstandigheden kan het onderzoek eenvoudig of uitgebreider zijn. De behandelend arts stelt de doodsoorzaak vast en legt dit vast in de A-verklaring (overlijden) en B-verklaring (doodsoorzaak). Bij twijfel wordt de gemeentelijke lijkschouwer ingeschakeld – iets dat ook bij PA’s en VS’en blijft gelden als zij bevoegd worden.”
Weerstand
PA’s en VS’en pleiten volgens Babović al jaren voor een rol bij de lijkschouw. “Ze kennen hun patiënten goed, zijn deskundig en bieden continuïteit van zorg: van het stellen van diagnoses tot het starten van behandeling en het bieden van palliatieve begeleiding. Toch mogen zij een overlijden niet officieel vaststellen. Bij een verwacht overlijden moet een collega-arts komen voor de lijkschouw, wat de continuïteit verstoort en de werkdruk verhoogt. Bovendien beperkt dit de inzetbaarheid van PA’s en VS’en in avond-, nacht- en weekenddiensten, iets waar veel zorgorganisaties last van hebben. De onderzoekers stellen dat de enige weerstand vooral bij een kleine groep forensisch artsen zit, die de schouw liever bij hun eigen beroepsgroep houden. Hoe toekomstbestendig is dit, terwijl we de komende jaren afstevenen op een tekort van bijna 300.000 zorgprofessionals?”
Passend
PA’s en VS’en zijn al meer dan twee decennia actief in Nederland om taken van artsen over te nemen, aldus Babović. “Onderzoeken tonen aan dat zij dit kwalitatief goed en doelmatig doen. Beide beroepsgroepen zijn bereid zich verder te scholen op het gebied van lijkschouw, zodat zij deze taak eveneens goed kunnen uitvoeren, maar daarvoor moet de wet eerst ruimte bieden. Het zal na jaren van discussie echt tijd worden: het kost de wetgever weinig en levert de samenleving veel op. Bovendien biedt het ook aanzienlijke ontlasting voor artsen.”
De onderzoekers hebben volgens haar dan ook geadviseerd politieke druk uit te oefenen om in de nieuwe Wlb ruimte voor PA en VS te creëren, ondanks het feit dat eerdere pogingen om het proces rond lijkschouw niets hebben opgeleverd.


