Door Ger Thonen (ritueelbegeleider en voorzitter van de Landelijke Beroepsvereniging van Ritueelbegeleiders)
Elke professional in onze branche kent het: wanneer je iets moet doen, dan wil je het zo goed mogelijk doen. Maar je houdt altijd rekening met onvoorziene, onverwachte kinken in de kabel. Immers, het gaat sneller verkeerd dan dat het goed gaat. De Wet van Murphy stopt niet voor de poorten van uitvaartland.
Er is een zaal voor 100 mensen geregeld, maar er zijn er 150 verschenen. Het lint van het bloemstuk op de kist heeft een ‘koei’ van een spelfout. Een familielid is zijn geprinte tekst vergeten.
In je hoofd gaat er altijd van alles fout en je bedenkt wat je doet en moet doen mocht dat het geval zijn. In de dagelijkse praktijk valt het meestal mee. Het gaat vaak goed, juist omdat wij alles goed voorbereiden en rekening houden met tegenslag.
Maar als er dan iets tegenzit, dan weten we wat ons te doen staat: we blijven rustig. Dat moet altijd. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer de wereld vergaat, de uitvaartbranche zo ongeveer de enige groep mensen is die dan rustig blijft en denkt: hier vinden wij ook wel weer een oplossing voor!
Er zit een grenzeloos optimisme in ons
Er zit een grenzeloos optimisme in ons: er is altijd een weg te vinden om het tot een goed einde te brengen. Maar het is geen naïef optimisme: er ligt een diep verankerde professionaliteit aan ten grondslag.
Mensen hebben last van een verkeerd gespelde naam. Dat besef zorgt ervoor dat een assistent naar de dichtstbijzijnde bloemist snelt voor een nieuw lint. Oef, op het nippertje! Niemand heeft het gemerkt.
De deuren van de zaal zetten we open, zodat de jonge mensen toch zicht hebben op wat er vooraan gebeurt. Dat verdienen ze, want zij geven de minder jonge mensen de kans wél een stoel te hebben. En de brandweer kan gerust zijn, een snelle evacuatie blijft mogelijk!
Van tevoren heb ik van de schrijvers al hun teksten ontvangen. Die print ik uit in een grote leesbare letter. Voor het geval dat er een tekst thuis op tafel is blijven liggen. Maar ook om goed voorbereid te zijn als de schrijver onverhoopt geen spreker kan zijn.
Ikzelf en andere uitvaartprofessionals doen al deze dingen omdat wij dit onze taak vinden. Standaard is niks, maatwerk is pas iets. Maar vooral doen wij dit omdat wij dat zo voelen, omdat wij ook als mens voelen dat het op die manier goed is.
Wij begeven ons willens en wetens in de gevarenzone. Wij gaan naar mensen toe en komen heel dichtbij. Wij verbinden ons met hen. Die inzet met ons hele menszijn, die blijkt doorslaggevend te zijn. Juist wanneer in onze professionele verschijning iets doorschemert van wie wij als mens zijn, juist dan gebeurt er iets wezenlijks. Wij zijn aanwezig, wij zijn present. Daar zijn hele boeken over volgeschreven, over die presentie, maar het klopt echt: als er werkelijk verbinding en kwetsbaarheid en ruimte en rust is, kan er iets ontstaan dat helend werkt, dat helpend werkt, dat goed doet.
Wij kunnen niet eisen dat mensen ons doen en laten als heilzaam ervaren. Wij kunnen daar wel naar streven. Door alle scenario’s langs te lopen in ons hoofd. Door rekening te houden met het onverwachte. Maar wij blijken het vooral te doen wanneer wij er zijn, in het moment, met alle aandacht voor die ander die ons nodig heeft.
En met meer scenario’s in ons hoofd dan er nodig zijn. Er zit een grenzeloos optimisme in ons.
Deze column stond eerder in Vakblad Uitvaart (6/2025).


